Vereniging Oud Valkenburg

TB200021In aanvulling op de in september 2009 verschenen publicatie Vreemde Vogels op Valkenburg, schrijf ik sinds augustus 2011 maandelijks, onder dezelfde noemer, een column in de weekbladen Rijnsburger/Valkenburger en Katwijksche Post.

Met de benaming Vreemde Vogels worden in de bovengenoemde publicatie de buitenlandse vliegtuigen en helikopters die het Marine Vliegkamp Valkenburg in het verleden hebben bezocht bedoeld.

Echter in de columns gaat het over de personen, van uiteenlopend pluimage, die om wat voor reden dan ook, op het vliegkamp verzeild raken. De informatie welke ik door de jaren heen heb verzameld wil ik met het schrijven van deze columns, met een zo groot mogelijk publiek delen, zodat de geschiedenis van het eens zo roemrijke vliegkamp voortleeft.

Ik wens u veel leesplezier.

Martin de Boer
Oud Valkenburger


Beschermers!

In de meidagen van 1940 hebben de Valkenburgers ervaren hoe het is als je achtertuin militair terrein is. Hoe zou het er aan toe zijn gegaan tijdens een gewapend conflict in bijvoorbeeld de jaren vijftig, zestig of zeventig van de vorige eeuw?

Na de Tweede Wereldoorlog komt Flugplatz Katwijk in Britse handen en wordt het omgedoopt in B.93 Valkenburg (RAF). Op verzoek van de Nederlandse autoriteiten blijven de Britten langer aanwezig dan gepland. Uiteindelijk vindt op 1 mei 1946 de overdracht plaats aan de Luchtstrijdkrachten, de voorloper van de Koninklijke Luchtmacht. De Koninklijke Marine is in die tijd naarstig op zoek naar een geschikte plek om haar groeiende luchtvloot onder te brengen. Tot in de hoogste militaire- en politieke regionen wordt hierover gebakkeleid. De oplossing dient zich in de loop van 1947 aan. Vliegbasis Valkenburg wordt op 15 oktober 1947 formeel overgedragen aan de Marine Luchtvaart Dienst en is voortaan een vliegkamp.

Er wordt overeengekomen dat in tijden van oplopende spanning met gevechtsvliegtuigen uitgeruste eenheden van de Luchtstrijdkrachten op Valkenburg zullen worden gebaseerd om het dichtbevolkte westen van ons land te verdedigen. Bij luchtverdedigingoefeningen in de jaren vijftig wordt de lokale bevolking rond het vliegkamp dan ook geregeld getrakteerd op een portie extra vliegbewegingen. Meerdaagse detacheringen van op zijn minst een tiental Gloster Meteors zijn in de beginjaren vijftig geen uitzondering. Jaren later zijn het de Hawker Hunters die vanaf Valkenburg de pannen van het dak vliegen.

In 1952 wordt er binnen de NAVO gesproken om in oorlogstijd squadrons van de Britse luchtmacht op Valkenburg te baseren. De inkt van dit voorstel is nog niet droog of er wordt al gesproken over Duitse squadrons. Een Duitse bezetting in vredestijd is natuurlijk ondenkbaar en kan niet worden geaccepteerd. Het worden dan ook Britse squadrons die in voorkomend geval deze taak zullen gaan vervullen. Het is halverwege 1957 als wordt besloten om in het vervolg de Koninklijke Luchtmacht deze taak weer toe te vertrouwen. En zo zijn we na een paar jaar weer terug bij af.

In maart 1960 maakt de Koninklijke Luchtmacht bekend dat het de bedoeling is om in de naaste toekomst het aantal jachtsquadrons te verminderen en dat door deze inkrimping het niet langer noodzakelijk is om eenheden naar Valkenburg te verplaatsen. De woorden “niet langer noodzakelijk” vind ik zeer ongelukkig gekozen. Hiermee wordt de indruk gewekt dat het dichtbevolkte westen van ons land in verband met een te kort aan vliegtuigen wordt opgeofferd!

Minister-president, professor De Quay, sprak in april 1962 de geruststellende woorden dat er voorbereidingen zijn getroffen om bij een eventuele oorlog de burgers te evacueren die in de buurt van vliegvelden wonen. Maar dat bij een mogelijke radioactieve neerslag het blijf-waar-je-bent-principe beter is dan bij voorbaat te evacueren. Gelukkig is het nooit zover gekomen en zal bovenstaande vraag altijd onbeantwoord blijven.

Speidel

De gemoederen van de Nederlandse bevolking lopen hoog op als de legervoorlichtingsdienst bekendmaakt dat de Duitse generaal Speidel in juni 1957 een officieel bezoek aan Nederland zal brengen. Onder aanvoering van de communistische fractievoorzitter en ex-verzetsstrijder Wagenaar wordt het volk opgeruid, want ja, dat kan je wel aan die rooien overlaten.

Luitenant-generaal dr. Hans Speidel is een paar maanden eerder, in ruil voor een forse Duitse materiële en personele bijdrage aan de NAVO, benoemd tot opperbevelhebber van de geallieerde landstrijdkrachten in de sector Centraal Europa. In zijn functie voert hij ook het bevel over Nederlandse troepen en daar zitten we, zo vlak na de Tweede Wereldoorlog onze wonden nog likkend, nu net niet op te wachten. Speidel zou geen foute Duitser zijn (geweest), integendeel zelfs. Hij was stafchef van veldmaarschalk Rommel en betrokken bij het complot om Hitler om zeep te helpen. Na deze mislukte aanslag wordt hij gearresteerd en langdurig ondervraagd door de Geheime Staatspolizei. Uiteindelijk weet hij te ontsnappen. In 1950 wordt hij gevraagd om het nieuwe Duitse leger te helpen opzetten en vijf jaar later wordt hij benoemd tot luitenant-generaal.

Uit vrees voor demonstraties en ongeregeldheden besodemietert minister-president Drees de Tweede Kamer. Tijdens een interpellatie op 21 mei meldt hij dat er nog geen datum is vastgesteld en dat het bezoek vermoedelijk in de tweede helft van juni zal plaatsvinden dit terwijl hij drie dagen daarvoor hoogstpersoonlijk door de minister van Defensie op de hoogte is gebracht van het programma dat plaats zal vinden op 5 en 6 juni.

In de namiddag van 5 juni wordt al het burgerpersoneel werkzaam op het vliegkamp Valkenburg eerder naar huis gestuurd. Een rigoureuze maatregel waarmee de marineleiding bewerkstelligt het aantal pottenkijkers zo klein mogelijk te houden. Rond de klok van vier uur landt het toestel met de Duitse generaal op het vliegkamp. De staatssecretaris van Oorlog, Kranenburg is aanwezig om de generaal te verwelkomen. Na het inspecteren van de erewacht, door de communisten omschreven als; Nederlandse militairen die gedwongen worden om voor een Nazi-generaal te poseren, vertrekt het gezelschap naar Scheveningen. In hotel Wittebrug worden besprekingen gevoerd met de chef van de generale staf, generaal Hasselman. Om relschoppers die mogelijk van Speidels aanwezigheid lucht hebben gekregen buiten de deur te houden is er extra bewaking aanwezig in het hotel. De volgende dag vertrekt Speidel, als een dief in de nacht, naar Parijs.

De Nederlandse bevolking is door het dolle heen als uitlekt dat Speidel ons land in het geheim heeft bezocht. De voorstanders, jawel die zijn er ook, vinden het schandalig dat een generaal bij een officieel bezoek ons land moet in- en uitsluipen. Maar het allerergste is natuurlijk een minister-president die niet de waarheid spreekt!

Studentenweerbaarheid

PrppatriaVolgens de één zijn het loslopende bendes met wapens volgens de ander brallende studenten die soldaatje spelen en een beetje klooien met een geweer. Feit is dat deze “ranzige schietgezelschappen” van oudsher het recht hebben om aan Prinsjesdag deel te nemen. Afvaardigingen van weerbaarheidsverenigingen vormden dan ook dit jaar een erehaag op het Binnenhof. Delftse studenten zijn ondertussen al 127 jaar van de partij.

Studentenweerbaarheden zijn oorspronkelijk gevechtseenheden die - de naam zegt het al - bestaan uit studenten. Lang geleden werden studentenweerbaarheden ingezet in tijden van oorlog en bij de verdediging van het land. Tegenwoordig wordt de weerbaarheid in geval van oorlog direct ontbonden. De meeste weerbaarheden zijn verbonden aan een studentencorps. Defensie biedt de weerbaarheden de mogelijkheid om bepaalde militaire trainingen te volgen. Het doel: wederzijds begrip kweken. Studenten krijgen door de samenwerking een beter beeld van Defensie en dat kan in hun toekomstige carrière van pas komen.

Een voormalig bestuurslid van de Delftsche studentenweerbaarheid weet zich een excursie naar Valkenburg nog goed te herinneren. Met een aantal medestudenten is hij in december 1972 te gast op het vliegkamp. “Daarbij ging het natuurlijk om het vliegen en de borrel in de mess.” Gevlogen wordt er pas na de lunch en die borrel wordt pas geschonken na het vliegen. De vlucht van ruim anderhalf uur wordt gemaakt in een Breguet Atlantic met de vliegers Van Rijn en Cats op de bok.

Dat meevliegen zit er tegenwoordig niet meer in. De contacten met defensie beperken zich tegenwoordig veelal tot het bijwonen van lezingen. Op de Waalsdorpervlakte in Den Haag wordt door de Delftsche studentenweerbaarheid nog wel geoefend voor de intercorporale schietwedstrijden die jaarlijks gehouden worden. Door gebrek aan munitie worden de oefeningen gedeeltelijk afgewerkt met het schreeuwen van pang, pang, pang. De schietvaardigheid wordt voornamelijk onderhouden door deelname aan paintballwedstrijden en lasergames.

Voor studenten die geen enkele affiniteit hebben met dit militaristische gedoe zijn er gelukkig genoeg alternatieven. Zo zijn er supersportieve studentenroeiverenigingen waar je lid van kan worden. De Groningse Roeivereniging Aegir is op meerdere vlakken competitief ingesteld. Zo zijn er prijzen te winnen voor heetste hert of slet van het seizoen. Je zult als dochter maar met een dergelijke gewonnen bokaal supertrots bij je ouders thuis aan komen zetten. Dat is pas echt kicken!

De meest bekende studentweerbaarheid is wellicht VVD-Europarlementariër Hans van Baalen. Ooit voorzitter van het “clubje militante amateur soldaten Pro Patria.” Tijdens het beslissende Kamerdebat over de toekomst van het vliegkamp in april 2004, wijzigt hij, na een schorsing, zijn standpunt en is sluiting van het vliegkamp onvermijdelijk. En bedankt!

Illegalen

planeStel, je woont in Frankrijk, beschikt over een vliegtuigje en een bezoek aan de Keukenhof staat nog op je bucket list. Dan is de keus natuurlijk snel gemaakt. Je slingert je toestel aan, neemt plaats in de cockpit en vliegt naar het dichtstbijzijnde vliegveld. Juist, en dat is dan in dit geval het voormalige vliegkamp.

Pierre zet zijn toestel op vrijdag 13 april 2007 aan het begin van de avond op het inmiddels gesloten Valkenburg aan de grond. Aangezien zijn oproepen aan de verkeerstoren niet worden beantwoord zoekt hij zelf de weg op het vliegkamp. Uiteindelijk parkeert hij zijn toestel op het hoofdplatform. De reis is goed verlopen en hij verheugt zich enorm op het bezoek aan de Keukenhof de volgende dag.

Er wacht hem bij het uitstappen echter een onaangename verrassing. Door gealarmeerde bewakers wordt hij in de kraag gevat en op een later tijdstip aan de Katwijkse politie overgedragen. Hij had zich duidelijk een geheel ander welkom voorgesteld. Tegenover de politie verklaart de Fransman niet op de hoogte te zijn van het feit dat het vliegkamp al maanden is gesloten. Conform de regels heeft hij voor aanvang van zijn vlucht een vluchtplan ingediend. Het vluchtplan, met als eindbestemming Valkenburg, was volgens het stokbrood door de officiële instanties niet afgewezen. Dus ja, hoe kon hij nu weten dat het vliegkamp niet meer in gebruik was?

Al met al is men op het vliegkamp not amused. De Fransman wordt een nachtje opgeborgen in een Katwijkse politiecel en krijgt van de luchtvaartpolitie een boete van 750 euro opgelegd. Na het nachtje brommen in Kattuk en een croissantloos ontbijt vertrekt de Fransoos alsnog naar de Keukenhof. Zaterdagmiddag vertrekt het toestel met onbekende bestemming vanaf het vliegkamp.

Een soortgelijke gebeurtenis speelt zich ruim vijftig jaar eerder af. Twee voormalige Britse marine piloten vliegen op een zaterdagochtend richting Rotterdam en vragen onderweg aan de luchtverkeersleiding toestemming om op Valkenburg te mogen landen. Geheel tegen de verwachting in krijgen ze die. Net als de Fransman roepen ook zij de verkeerstoren aan maar krijgen geen antwoord. Tussen de zweefvliegtuigen door zetten de Britten rond lunchtijd hun vliegtuig aan de grond en parkeren in de buurt van de toren.

Bill en David komen speciaal naar Nederland om in Leiden een vakbeurs, waarbij de onderlinge banden tussen Leiden en Cambridge worden aangehaald, bij te wonen. In de avonduren hebben ze de tijd van hun leven in het studentenuitgaanscircuit. De Britten kijken elkaar verbaasd aan als ze maandagochtend op de beurs via de intercom worden verzocht zich te melden op het kantoor van de organisatie. Of ze als de donder met hun privé vliegtuigje van het vliegkamp willen vertrekken. De taxi die ze naar het vliegkamp brengt krijgt bij hoge uitzondering toestemming om ze bij hun vliegtuig af te zetten. In de hoop op tijd terug te zijn in Leiden voor de receptie en lunch die door de burgemeester wordt aangeboden, vertrekken ze zo snel mogelijk naar Schiphol.

Ayaan

AyaanMet de formatie van een nieuw kabinet wil het maar niet vlotten. Het motorblok (VVD, CDA en D66) mist nog een essentieel onderdeel om soepeltjes te kunnen draaien. Pogingen om de motor met behulp van De Snotneus aan de praat te krijgen zijn op niets uitgelopen. Het struikelblok in deze blijkt het migratiedossier, lees vluchtelingen, te zijn.

Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in 1914 verklaren Nederland en België zich neutraal. De Duitsers hebben zo hun eigen plan en trekken via België naar Frankrijk. Dit brengt een gigantische vluchtelingenstroom op gang en ons land wordt door ruim een miljoen vluchtelingen vanuit België overspoeld. Naast de gewone vluchteling, iemand die in zijn thuisland gegronde vrees heeft voor conflict of vervolging, hebben we tegenwoordig ook te maken met de economische vluchteling, iemand die op zoek is naar een betere levensstandaard. Bij de laatste categorie spelen mensensmokkelaars een belangrijke rol.

Sinds 2004 helpt het agentschap Frontex de Europese lidstaten bij de uitvoering van de voorschriften betreffende controles van de buitengrenzen en de terugkeer van niet EU-burgers naar hun land van herkomst. Nederland draagt op toerbeurt bij aan Frontex met marineschepen, kustwachtvliegtuigen en marechausseepersoneel.

Aan de ene kant proberen we dus ongenode gasten buiten de deur (grens) te houden maar aan de andere kant zijn we niet te beroerd om personen die de grond te heet wordt onder de voeten een handje te helpen om het land op een sneaky wijze te ontvluchten.

Zo wordt Kamerlid Ayaan Hirsi Ali op 10 november 2005 hals over kop met een Orion vanaf het vliegkamp het land uit gesmokkeld. De Orion, in de loop van de middag geparkeerd op een afgelegen bewapeningsplatform omgeven door een hoge aarden wal, wordt de laatste uren van de buitenwereld afgeschermd door personeel van het Marine Bewakingskorps. Dan is daar als een duiveltje uit een doosje opeens een zwaar bepantserde Mercedes die met hoge snelheid de Orion nadert. Drie personen inclusief Hirsi Ali stappen uit de auto en gaan aan boord van de Orion. Kort daarna vertrekt het toestel met onbekende bestemming maar al snel blijkt dat de Orion richting de Verenigde Staten vliegt.

Een soortgelijke actie wordt in 1950 uitgevoerd. Dan wordt in opdracht van minister-president Drees voormalig commandant van de Speciale Troepen, Raymond Westerling in het diepste geheim Indonesië uit gesmokkeld. Met een Catalina vliegboot wordt Westerling te Tanjung Pinang opgepikt en tussen zonsondergang en einde schemering in een rubberboot nabij Singapore afgezet. Het plan om Westerling in een lek rubberbootje af te zetten heeft men op het laatste moment laten varen.

Bovengenoemde acties vallen in de categorie speciale operaties. Operaties met een strategisch of operationeel belang. Zaken waar geen ruchtbaarheid aan worden gegeven.

‘De nieuwste smokkelroute gaat per vliegtuig’ kopte een landelijk dagblad recentelijk. Nou, dat hoef je de marine niet te vertellen, ze hebben daar al jaren ervaring mee.

Brongersma

Een halve kilo zware, vuistdikke, zwarte steen verbrijzeld in januari een dakpan van een schuurtje in Broek in Waterland. De eigenaren zijn op het moment van de inslag niet thuis. Ze constateren de vernieling pas de volgende dag. In eerste instantie hebben ze geen idee waar de steen vandaan komt. Via het internet komen ze in contact met Naturalis. De steen blijkt een meteoriet te zijn.

Naturalis voorheen het Rijksmuseum van Natuurlijke Historie te Leiden wordt in 1820 bij koninklijk besluit opgericht. Bioloog Leo Brongersma begint zijn carrière bij het museum als conservator. Zijn wetenschappelijke belangstelling richt zich vooral op die van Nederlands Nieuw-Guinea. In nauwe samenwerking met de Koninklijke Marine onderneemt hij verscheidene expedities.

Op 17 januari 1952 vertrek uit Nederland een Catalina vliegboot naar Nederlands Nieuw-Guinea. Het toestel staat onder bevel van luitenant ter zee-vlieger der eerste klasse G.F. Venema, die kapitein-luitenant ter zee vlieger A.J. de Bruijn aflost als commandant van de Marine Luchtvaart Dienst op Nederlands Nieuw-Guinea. De bemanning bestaat verder uit de vliegers Berger en Van Weezel, vliegtuigmakers Swaab en Boer en de telegrafisten Van Doorn en Van Hulsel. Bovendien bevindt zich aan boord de onderdirecteur van het Rijksmuseum van Natuurlijke Historie, dr. L.D. Brongersma, die in Nederlands Nieuw-Guinea wetenschappelijk onderzoek zal starten op het gebied van reptielen, amfibieën en insecten. De vliegreis naar Biak neemt een kleine twee weken in beslag en gaat via Marseille – Luca (Malta) – Nicosia (Cyprus) – Basrah (Irak) – Mauripur (Pakistan) – Negombo (Ceylon) – Butterworth (Malakka) en Labuan.

Brongersma geniet van de geboden gastvrijheid op Biak en voelt zich al snel thuis tussen het marinepersoneel. In de buurt van het woonkamp begint hij met verzamelen van hagedissen. Zo nu en dan wordt met een bulldozer van de Koninklijke Marine, ‘even’ de wildernis in gereden zodat Brongersma de hagedissen slechts, voor het opscheppen heeft. Waar nodig drukt de bulldozer terloops ook even een boompje om, zodat ook de insecten, welke in de toppen van de bomen leven, verzameld kunnen worden. Elke plaats in het kamp heeft haar speciale insectensoorten. Zo worden er fraaie boktorren nabij de hut van de commandant gevangen. De enorme omvang van de collectie welke door Brongersma verzameld wordt is zo groot dat de Leidse specialist op dit gebied vier jaar nodig heeft om de collectie te determineren. Eind augustus keert Brongersma per Catalina terug naar Nederland.

Enkele jaren later leidt Brongersma, inmiddels opgeklommen tot directeur van het museum, een expeditie vol tegenslagen naar een van de weinige nog onbekende gebieden van Nederlands Nieuw-Guinea, het Sterrrengebergte, nu Papoea-Nieuw-Guinea. Toekomstig commandant van het vliegkamp Venema vergezelt hem als technisch leider.

De Naturalis-onderzoekers hopen “de Broek in Waterland”, zoals de meteoriet nu officieel heet, in de collectie op te kunnen nemen.

Luchtvaartcadetten

wwwopacJongeren met interesse in de luchtvaart kunnen zich in de jaren 1954 – 1966 aansluiten bij de Jeugd Luchtvaart Brigade. De Brigade geeft cursussen, houdt oefeningen, organiseert excursies en een jaarlijks (zomer)kamp.

‘Wederom staat vandaag een aantal jongelui aangetreden om straks als leden van de Jeugd Luchtvaart Brigade geïnstalleerd te worden en als zodanig de gelederen van deze Brigade te versterken. Dit is een belangrijk moment in jullie leven. Het betekent de intrede in de luchtvaart, een intrede die kan leiden tot een langjarige luchtvaartcarrière, doch die - naar ik hoop - een aanvang zal zijn van een levenslange belangstelling voor de aviatiek.’ Met deze woorden begint de vlagofficier Marine Luchtvaart Dienst, commandeur–vlieger J.L. den Hollander, zijn toespraak tijdens de installatie van 51 luchtvaartcadetten op het vliegkamp in de zomer van 1962.

Het zomerkamp wordt van 6 tot en met 11 augustus gehouden. Luchtvaartcadetten uit Canada, Engeland, Frankrijk, Israel, Noorwegen, Verenigde Staten en Zweden brengen een deel van het zomerkamp op het vliegkamp door. Het zomerkamp wordt geopend door de commandant van het marine vliegkamp, kapitein-ter-zee G.F. Venema. Later op de middag leggen de buitenlandse luchtvaartcadetten een krans bij het monument van dr. Plesman nabij de Wittebrug in Den Haag. Het zomerkamp staat zo veel mogelijk in het teken van de marine. Zo staan er op het programma excursies naar Noordwijk Radio, het Marine Elektronisch Bedrijf te Oegstgeest en een bezoek aan Den Helder. Ook worden er sport- en vliegtuigherkenningswedstrijden gehouden; evenals de wedstrijd luchtvaartkennis, een nachtoefening op de Waalsdorpervlakte, filmavonden en lezingen. Op 9 augustus kunnen alle cadetten met een Fokker Friendship van de Koninklijke Luchtmacht meevliegen. De Fokker kiest die dag dan ook meerdere keren het luchtruim vanaf het vliegkamp.

Zowel de marine als de luchtmacht en zelfs de KLM stelt luchtvaartcadetten geregeld in de gelegenheid om een vluchtje mee te maken. Dan blijkt wel eens dat niet een ieder voor het vliegen in de wieg is gelegd. Zo mocht een luchtvaartcadet eens meevliegen met een Neptune maar werd tijdens de vlucht zo ziek dat de bemanning zich genoodzaakt voelde om de vlucht te onderbreken en terug te vliegen naar het vliegkamp om de cadet af te zetten. Naast het meevliegen, wellicht voor de meeste cadetten toch de krenten in de pap, zijn er ook regelmatig excursies naar het vliegkamp. Zo krijgt een groep cadetten in 1956 een rondleiding, inclusief bezoek aan de verkeerstoren en radarafdeling. In 1964 is een groep cadetten welkom bij een demonstratie gesimuleerde deklandingen van een Grumman Tracker.

‘Ik hoop van harte, dat jullie gedurende je verband met de organisatie voldoening zult vinden van je lidmaatschap en dat je een prettige, nuttige en leerzame tijd in de Jeugd Luchtvaart Brigade zult mogen doorbrengen’ met deze woorden beëindigd de commandeur-vlieger J.L. den Hollander zijn toespraak.

Prijswinnaars

De Staatsloterij heeft zich schuldig gemaakt aan misleiding en gesjoemel. Als goedmakertje komt er een Bijzondere Trekking waaraan gedupeerden gratis mee kunnen doen. Velen vinden deze tegemoetkoming ver onder de maat, eigenlijk niet meer dan een fooi.

Tijdens mijn archiefonderzoek naar het reilen en zeilen van het voormalige vliegkamp krijg ik op enig moment een Engelstalig document onder ogen. In het document is te lezen dat een zestal Amerikaanse studenten plus begeleiders in juni 1987 een bezoek aan het vliegkamp zullen brengen. Ze hebben meegedaan aan de jaarlijkse schrijverswedstrijd voor studenten en zijn als winnaars uit de bus gekomen. Het onderwerp waarover geschreven diende te worden luidde; Wat betekent de NAVO voor mij als Amerikaans staatsburger? De prijs is niet minder dan een reisje van een week naar Europa. Geen lullig prijsje al zeg ik het zelf!

In Brussel wordt het hoofdkwartier van de NAVO bezocht en zijn er ontmoetingen met NAVO-functionarissen. Er staat zelfs een gesprek met de Secretaris Generaal van de NAVO op de agenda. Mijn interesse is gewekt. Het zou toch mooi zijn als ik na al die jaren één van die winnaars zou kunnen traceren. Gelukkig worden de prijswinnaars, allen jongens, met hun volledige naam en universiteit vermeld in het document. Zo is er ene Tony (Ohio), Matthew (Connecticut), Howard (Oregon), Steve (Oregon), Jonathan (Californië) en Kevin (Pennsylvania).

Na een uurtje stoeien op het internet heb ik twee potentiële kandidaten gevonden. Ik stuur ze een bericht met het verzoek om met mij contact op te nemen. Binnen een dag heb ik van eentje antwoord. Hij is het inderdaad en hij heeft alles van toen bewaard. Twee dagen later zit ik de foto’s van het bezoek aan het vliegkamp op mijn laptop te bekijken. Op één van de foto’s poseert de groep studenten plus begeleiders onder aan de trap van een Orion. Andere foto’s tonen het overhandigen van een wapenschildje aan de Amerikaanse delegatie door de commandant van 320 squadron.

Bij het zien van de foto’s bekruipt mij het gevoel dat hier toch iets raars aan de hand is. Hoe kan het dat die studenten uitgerekend het voormalige vliegkamp bezoeken? Wie bedenkt zo iets? Aan mijn getraceerde prijswinnaar vraag ik welke plaatsen in Nederland ze nog meer hebben bezocht. Hij antwoordt, dat ze met de bus slechts een dagtocht vanuit Brussel naar Valkenburg hebben gemaakt en geen andere plaatsen in ons land hebben aangedaan. De logica van het bezoek aan het vliegkamp ontgaat mij volledig. Waarom zou je een halve dag in de bus gaan zitten om enkel een Orion te bekijken? Combineer het van mijn part met een bezoek aan het Anne Frank Huis. Er is tenslotte niets mis aan Amerikanen enig historisch besef bij te brengen.

Een volgende keer zal ik vertellen over een tweetal Nederlandse prijswinnaars. Zij vertrekken vanaf het vliegkamp voor wel drie weken naar het buitenland en hebben daar een bijzondere ontmoeting. Zelf heb ik nog nooit iets gewonnen. Hoewel, mijn partner is een lot uit de loterij!

Moffen

German PLane DestroyedAls jong ventje ben ik er getuige van hoe een dorpsgenoot een Duitse toerist die de weg naar Katwijk vraagt antwoordt; “In 1940 hebben jullie het ook kunnen vinden dus doe je best.” Vooral de generatie die de Tweede Wereldoorlog bewust heeft meegemaakt kan het woord Duitser niet over zijn lippen krijgen en spreekt steevast over de mof.

Met bosjes tegelijk komen ze op 10 mei 1940 uit de Juncker transporttoestellen aan hun parachutes naar beneden. De eerste groep springt rond de klok van 05.30 uur ten zuidoosten van het nog in aanbouw zijnde vliegveld, niet veel later gevolgd door een tweede groep ten noordwesten. Een kleine vijf jaar huizen ze op het vliegveld. Vanuit het missiehuis Sint Willibrord in Katwijk aan Zee worden een piano van het type Ibach en een biljart naar het vliegveld overgebracht waarmee de bezetter zich in hun vrije tijd ontspannen. En, als klap op de vuurpijl gaan ze er met de sluiting van het vliegkamp in 2005 ook nog eens vandoor met een achttal van onze Orions. Nee, die Duitsers hebben het behoorlijk verpest.

Dat diezelfde rot moffen de Marine Luchtvaart Dienst verschillende keren uit de brand heeft geholpen zijn we wellicht vergeten. Zo zijn het Duitse vliegers die met onze collega’s de eerste weken mee de lucht in gaan in onze vliegtuigen van het type Breguet Atlantic na het opheffen van het vliegverbod in december 1981. Een vliegverbod dat werd ingesteld nadat een derde exemplaar verloren is gegaan. Zo zijn het Duitse vliegverkeersleiders die mede de verkeerstoren op het vliegkamp bemannen in tijden van personeelsschaarste zodat onze vliegoperaties zonder problemen voortgezet kunnen worden.

De Tweede Wereldoorlog is nog geen vijftien jaar achter de rug als er in het geheim wordt onderhandeld tussen de Duitse en Nederlandse marine over het huisvesten van drie Duitse squadrons op Valkenburg met in totaal 44 vliegtuigen. Het vliegkamp is in die periode met tienduizenden vliegbewegingen al één van de drukste vliegvelden van Nederland. Met nog eens 44 extra toestellen zal het aantal vliegbewegingen aanzienlijk groeien. Bijkomend probleem is de accommodatie op het vliegkamp. Voor het personeel van de Marine Luchtvaart Dienst is die al verre van ideaal. Er is in feite geen mogelijkheid om extra mensen voor langere duur te huisvesten. De Duitsers zijn dan ook slechts in kleinere getale en voor korte duur welkom. En zo gebeurt het dat er in de eerste helft van de jaren zestig diverse keren groepen Duitsers met hun vliegtuigen op het vliegkamp worden gedetacheerd.

In die tijd is het nog de gewoonste zaak van de wereld om in de lokale krant aandacht te schenken aan het wel en wee rond het vliegkamp. Echter, over deze nieuwe Duitse inval wordt met geen woord gerept! In een schrijven van de Chef Marinestaf wordt het Duitse personeel uit naam van de Nederlandse autoriteiten uitdrukkelijk opgedragen buiten het vliegkamp in burger gekleed te gaan. En, om geen slapende honden wakker te maken, is het dragen van Duitse laarzen eveneens verboten!

Moeder des Vaderlands

WilhelminaLeden van de koninklijke familie hebben veelvuldig, zichtbaar maar ook in het geheim, gebruik gemaakt van Valkenburg. Koningin Wilhelmina in 1945 als eerste en kroonprins Willem-Alexander in 2004 als één van de laatste.

Tijdens mijn archiefonderzoek stuitte ik enkele jaren geleden op documenten met betrekking tot de evacuatie van de Nederlandse koninklijke familie naar het Verenigd Koninkrijk in geval van oorlog of andere noodzaak. Oorspronkelijk zou de familie in één keer worden verplaatst met een Dakota transportvliegtuig vanaf Valkenburg naar het ten noordwesten van Londen gelegen North Weald. Latere plannen spreken over de inzet van tweepersoons straaljagers van het type Gloster Meteor waarbij slechts één lid van de familie per vliegtuig kan worden meegenomen. Wellicht zijn dit soort plannen geschreven naar aanleiding van de gebeurtenissen in mei 1940. Toen vluchtte de hele familie hals over kop per schip vanuit IJmuiden naar het Verenigd Koninkrijk.

Plannen over een mogelijke terugkeer van koningin Wilhelmina naar bevrijd Nederlands gebied liggen in september 1944 al op de plank. In vrijgegeven documenten voorzien van het opschrift Zeer Geheim is te lezen dat het de wens van de koningin is naar Nederland terug te keren in een KLM-vliegtuig, voorzien van Nederlandse militaire kentekenen, en dat het vliegtuig gevlogen moet worden door een ervaren bemanning van de KLM in militair uniform. Door miscommunicatie wordt de vlucht in maart 1945 uitgevoerd door het Britse Transport Command en niet door de KLM. Laatstgenoemde verneemt pas later via de kranten dat de koningin Nederland heeft bezocht. De teleurstelling is dan ook groot bij de KLM.

Koningin Wilhelmina vertrekt op 30 oktober 1945 vanaf vliegveld Valkenburg naar het Verenigd Koninkrijk om een afscheidsbezoek aan de Britse koninklijke familie te brengen en hen te bedanken voor de genoten gastvrijheid gedurende de oorlogsperiode. Zij wordt onder andere vergezeld door haar adjudant kapitein R. van Zinnicq Bergman, haar secretaris drs. M. Kohnstamm en haar hofdame mevrouw L. de Beaufort. Op foto’s is te zien hoe de koningin, gekleed in een lange bontjas en met een muts op, wordt uitgezwaaid op Valkenburg. Het gezelschap verblijft een week op een landgoed buiten Londen en keert dan terug naar Nederland. Op de terugreis wordt de Dakota gevlogen door KLM-piloot Evert van Dijk. Het toestel landt op woensdag 7 november, omstreeks kwart over twee, op het vliegveld Valkenburg.

In de daarop volgende jaren worden naast de KLM ook Martinair en de Rijksluchtvaartschool betrokken bij het uitvoeren van regeringsvluchten waaronder de vluchten voor leden van het Koninklijk Huis. In december 2004 bezoekt het, sinds december 2016 te koop aangeboden regeringtoestel van het type Fokker 70, een tiental keer het vliegkamp. Bij vertrek op maandag 27 december spreekt de kroonprins de volgende woorden; “Van Oranje hier, laatste keer dat ik hier vertrek. Sterkte met deze laatste dagen en bedankt voor de prachtige tijden hier”.

Oliemannetjes

Naast de Marine Luchtvaart Dienst heeft het vliegkamp gedurende haar bestaan verschillende medegebruikers gekend. Zo zijn er onder andere ontheffingen voor medegebruik verleend aan de Nederlandse Aardolie Maatschappij en aan de Koninklijke Shell groep.

De Nederlandse Aardolie Maatschappij besluit in 1959 om in de zeebodem voor de Zuid-Hollandse kust naar olie te gaan speuren. Het vermoeden bestaat dat voor de kust ter hoogte van Ter Heijde en de Wassenaarse Slag olie op winbare diepte in de zeebodem aanwezig is. Ter bepaling van een gunstige plaats voor een eventuele experimentele boring in zee wordt in maart van dat jaar begonnen met seismisch onderzoek. Het doel van dit onderzoek is het in kaart brengen van de geologische eigenschappen van de grondlagen. Tegenwoordig gebruikt men hiervoor een airgun. Dit is een apparaat wat lucht onder druk laat ontsnappen. Door onder het wateroppervlak samengeperste lucht als het ware te laten ontploffen, wekt men schokgolven op. De door de gesteentelagen in de ondergrond teruggekaatste trillingen worden aan het wateroppervlak met uiterst gevoelige onderwatermicrofoons geregistreerd. Deze microfoons zitten in een plasticslang die achter een schip hangt.

Een Catalina-amfibievliegtuig van de maatschappij World Wide Helicopters wordt halverwege augustus ingezet om bovengenoemde waarnemingstaak van het schip over te nemen. Dit is een primeur voor West-Europa. De Catalina wordt tijdelijk gebaseerd op het vliegkamp. Het toestel vliegt dagelijks naar een gebied gelegen enkele kilometers uit de kust tussen Kijkduin en Monster. Eenmaal geland op het water, taxiet het toestel over de Noordzee om haar taak uit te voeren. De Catalina is hiervoor uitgerust met speciaal ontwikkelde apparatuur. Deze methode van werken is enkele jaren eerder op het Haringvliet beproefd en al met succes voor de kust van Oost-Pakistan toegepast. De marine verleent de Nederlandse Aardolie Maatschappij in eerste instantie een vergunning voor twee maanden om vanaf Valkenburg met de Catalina te opereren en om met ontplofbare stoffen te werken.

De Koninklijke Shell groep heeft daarentegen jarenlang gebruik mogen maken van het vliegkamp. De Inspecteur der Invoerrechten en Accijnzen te Leiden wordt door de minister van Financiën al in 1952 gemachtigd om voor Shell Nederland N.V. tijdelijk douaneformaliteiten te vervullen op het vliegkamp. Uit archiefstukken blijkt dat de minister van Defensie en de minister van Verkeer en Waterstaat in oktober 1959 tot wederopzegging ontheffing verlenen aan de gezagvoerders van een viertal bij de Koninklijke Shell Groep in gebruik zijnde directievliegtuigen voor het medegebruik van het vliegkamp.

Echte oliemannetjes bezoeken het vliegkamp in 1975. De komst van een delegatie uit het Arabische Sultanaat Oman heeft te maken met de overname van twee twintig jaar oude mijnenvegers. Ondanks kritische vragen van de Tweede Kamerleden De Gaaij Fortman (P.P.R.) en Van der Spek (P.S.P.) stemt de regering in met de levering van de schepen.

Copyright Oud Valkenburg